De Zwaluwen heeft historie in het baanwielrennen


11-10-2011
Als je met Erik Cent praat over het baanwielrennen wordt hij meteen enthousiast en komen de mooie verhalen van vroeger. Diverse Zwaluwen hebben in de jaren 70 en 80 geweldige prestaties op de baan geleverd. Erik behaalde zelf diverse nationale titels en startte bovendien op twee Olympische Spelen; Seoul 1988 en Barcelona 1992. De huidige trainer van de Nieuwelingen kijkt dan ook met een goed gevoel terug op zijn prestaties en is een enthousiaste ambassadeur voor deze mooie discipline in de wielersport.


Nadat de prachtige wielerbaan in Apeldoorn afgelopen voorjaar al gastheer was voor het WK baanwielrennen, is van 21 t/m 23 oktober de wielerbaan opnieuw het decor van een internationaal evenement; het EK baanwielrennen. Een mooie aanleiding om met Erik Cent eens in (een deel van) de historie van het baanwielrennen binnen De Zwaluwen te duiken.



Voordat Erik Cent met wielrennen begon was onze vereniging al veel betrokken bij het baanwielrennen. In die tijd was er in Apeldoorn een betonnen buitenbaan waar veel renners van de Zwaluwen naar toe gingen en er diverse wedstrijdvormen (de populaires) reden. Het waren renners als Bert Boom, Herman Ponsteen, Jos Lammertink, Gerard Vikxseboxe en Dick van Egmond die op een hoog niveau presteerden. In 1969 werd Bert Boom Wereldkampioen Stayeren in het Tsjechische Brno. Op de Olympische Spelen van Montreal werd Herman Ponsteen winnaar van de zilveren medaille op de individuele achtervolging. En op wereldkampioenschappen behaalde deze door de meeste mensen vergeten hardrijder diverse ereplaatsen en medailles. Maar ook Jos Lammertink behaalde diverse nationale titels en ereplaatsen op de baan.


Hoe raakte Erik verzeild in het baanwielrennen? Er werden toen ploegachtervolgingswedstrijden voor clubs gereden waarin De Zwaluwen vaak Nederlands Kampioen is geworden. Erik vertelt: “Toen ik in 1981 nog maar net bezig was met wegwielrennen vroegen ze mij om in te vallen voor zo’n wedstrijd, maar ik wist bij wijze van spreken nog niet eens hoe een baanfiets er uitzag. Toch mocht ik dus zomaar met grote jongens als Herman Ponsteen, Jos Lammertink en Dick van Egmond meedoen”. Erik herinnert zich nog goed dat hij er in het begin bij elke serie werd afgereden. Maar de liefde voor het baanwielrennen was wel geboren. De jaren daarop reed Erik met De Zwaluwen bijna elk jaar het NK voor clubploegen en was daarbij één van de belangrijke motoren. “Als ik het goed heb, heb ik 4 of 5 keer in de kampioensploeg gereden”.


In die jaren reed Erik toch nog voornamelijk op de weg. De baan werd zo nu en dan meegenomen, zoals hierboven beschreven, maar was eigenlijk alleen maar bijzaak. Totdat zijn voormalige ploegleider van de Amstelploeg, Herman Krott, hem aanspoorde om met het NK op de baan mee te doen. Erik had een goede tijdrit in de benen en zou volgens Krott daarom zeker succesvol kunnen zijn op de individuele achtervolging. “Ik heb zijn advies opgevolgd en werd dat jaar meteen 2e op de individuele achtervolging. De toenmalige bondscoach heeft mij het jaar erop opgenomen in de baanselectie en in dat jaar werd ik Nederlands Kampioen op de individuele achtervolging en 3e in de klassementswedstrijd”.


In hetzelfde jaar had de Nederlandse ploeg zich ook geplaatst voor de Olympische Spelen in Seoul 1988. Erik kwam uit op de ploeg- en op individuele achtervolging. “De prestaties vielen toen tegen. Met de ploeg waren we 13e en individueel was ik 12e”. Dit was mede te wijten aan de te korte voorbereiding en een lang seizoen waarin men zich steeds weer moest tonen door kwalificatietijden te rijden. Het jaar er op (1989) maakte Erik een uitstapje naar de wegselectie en heeft toen deelgenomen aan de WK 100 km ploegentijdrit. Op het NK baanwielrennen in 1989 werd Erik 2e in zowel de klassementswedstrijd als in de individuele achtervolging. Hij kwam toen weer in aanmerking voor de baanselectie en reed vervolgens nog WK’s in Japan en Duistland. Tenslotte volgde in 1992 nog de plaatsing voor de Spelen van Barcelona, waar Erik deel uit maakte van de ploeg samen met Leon van Bon, Servais Knaven en Remco Broere. “We werden uiteindelijk 11e of 12e, wat ons zwaar tegenviel”.


Het laatste tekent de sportman Erik Cent die de lat voor zichzelf altijd hoog heeft gelegd. Toch neemt niemand hem de ervaring van twee OS, WK’s en vele NK’s hem meer af. 

Nu terug naar het heden. Met de komst van de nieuwe wielerbaan in Apeldoorn is ook het baanwielrennen bij De Zwaluwen weer populairder dan bijvoorbeeld 10 jaar terug. Het enthousiasme van renners wordt ook ondersteund door onze vereniging middels het lidmaatschap “Vriend van de Adelaar”, wat o.a. inhoudt dat onze leden met korting kunnen trainen op de wielerbaan. Een groeiend aantal leden van De Zwaluwen maakt hier intussen dankbaar gebruik van. Wil je hun ervaringen weten? Vraag het bijvoorbeeld aan Jesse Löwik, Marit Cent, Philip Kootstra, Wim Kleiman, Bas Stamsnijder of Rochez Harbers. Met Rochez hebben we trouwens weer een renner bij de nationale selectie dus ook in de huidige generatie hebben we talent voor de baan. Maar je kunt natuurlijk ook met Erik gaan praten, misschien maakt hij jou ook wel enthousiast.